Hoe te handelen bij vermoedens of feiten rond (seksueel) grensoverschrijdend gedrag?

Er zijn vele signalen die op (seksueel) grensoverschrijdend gedrag kunnen duiden, maar het belangrijkste signaal is misschien wel: “Ik heb het gevoel dat er iets niet klopt.” Het kan ook zijn dat een jeugdlid je spontaan vertelt over het misbruik/ongewenst gedrag, een ouder zijn zorgen naar je uitspreekt, of dat je het zelf ter plekke constateert.

Hieronder wordt beschreven hoe je moet handelen bij situaties waarin sprake is van (vermoedens van) (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en hoe en bij wie deze gemeld moeten worden. Het protocol biedt bescherming aan de melder/degene die naar het protocol handelen, aan het vermoedelijke slachtoffer en aan degene die beschuldigd wordt. Het protocol geeft ook een verplichting: te handelen op de vastgelegde manier.

Definitie
Er bestaan vele uitingsvormen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag van kinderen. Sommige gedragingen zijn door het duidelijke (strafbare) seksuele karakter niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Maar bij sommige gedragingen kunnen vloeiende overgangen bestaan tussen wat je wel en wat je niet als seksueel/ongewenst kunt typeren. Als criterium kan worden gehanteerd: voor de beoordeling of het welzijn van het kind en zijn lichamelijke en psychische integriteit in het geding zijn bij (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, zijn de ‘gevoelens van het kind’ en niet de ‘gedachten of bedoelingen van de volwassene’ bepalend.

Signaleringstaak
Alle vrijwilligers hebben een taak in het signaleren van (vermoedens van) (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. We verwachten dat zij niet alleen de grovere vormen serieus nemen, maar ook de zogenaamde ‘kleinere’ grensoverschrijdingen. Deze komen het meest voor en zijn vaak een signaal voor een klimaat waarin ernstigere vormen meer kans kunnen krijgen. Wanneer je mildere vormen van grensoverschrijdend gedrag signaleert, verwachten we dat je de betreffende persoon/personen daarop aanspreekt.

Meldplicht
Bij (vermoedens/signalen) van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Iedereen die seksueel misbruik vermoedt, of erover hoort, is verplicht dit te melden bij het bestuur (of door een door het bestuur daarvoor aangewezen persoon).
Wanneer vrijwilligers twijfelen over de ernst of het terecht zijn van een vermoeden, geldt een consultatieplicht bij onze vertrouwenscontactpersoon die zij om advies kunnen vragen.


DOEN

  • Zorg voor de veiligheid van het kind/de jongere.

  • Als je iemand op heterdaad betrapt: Laat het slachtoffer niet alleen. Roep hulp/assistentie in van andere vrijwilligers/ouders/aanwezigen.

  • Maak melding zoals beschreven hiervoor onder Meldingsplicht.

  • Als de situatie bedreigend is, bel 112 zodat de politie kan ingrijpen.

  • Laat de toestand zoveel mogelijk onaangeroerd in verband met eventueel sporenonderzoek. Bel de zedenpolitie (112), meld waarover het gaat en vraag om instructies.

  • Stel zo weinig mogelijk vragen. Luister en stel het kind/de jongere op zijn/haar gemak.

  • Schrijf alles zo letterlijk en feitelijk mogelijk op, ook de vragen die je hebt gesteld.

  • Vertel dat je verplicht bent het verhaal aan het bestuur te melden, maar dat er geen stappen buiten medeweten van het slachtoffer om worden genomen.

  • Meld het vermoeden direct bij het bestuur. Bij twijfel consulteer de vertrouwenscontactpersoon.

  • Verwijs de persoon desgewenst naar een vertrouwenscontactpersoon.

  • Licht zo snel mogelijk de leidinggevende in over de situatie.

  • Blijf beschikbaar voor het kind/de jongere en blijf de normale begeleiding bieden.

 

LATEN

  • Handel nooit op eigen houtje!

  • Hoor het vermoedelijke slachtoffer niet uit. Het uithoren van het vermoedelijke slachtoffer en/of het spreken met contactpersonen van het vermoedelijke slachtoffer kan een eventueel juridisch traject verstoren. Het is niet aan de vrijwilliger om aan waarheidsvinding te doen!

  • Neem bij een vermoeden nooit zelf contact op met de vermoedelijke pleger, ook niet als het een bekende vrijwilliger is. De beste manier om het misbruik te stoppen en aan te pakken, is een objectief en een officieel onderzoek.

  • Denk aan de (voorlopige) zwijgplicht!

  • Beloof nooit geheimhouding, ook niet wanneer een slachtoffer erom vraagt.

 

*trainer/begeleider/medewerker/vrijwilliger worden verder omschreven als vrijwilliger!